Beloning Europarlementariërs

Gebouw Europees Parlement in Straatsburg met vlaggen © Europese Unie 2014, Europees Parlement

De beloningsregeling voor Europarlementariërs is vastgelegd in het Statuut van het Europees Parlement. Dit betekent dat alle parlementariërs recht hebben op hetzelfde salaris. Voor de invoering van het Statuut in 2009 waren er grote verschillen in de salarissen van de Europarlementariërs.

Daarnaast is er een pensioenregeling en zijn er afspraken over onkostenvergoedingen. Zo zijn er vaste vergoedingen voor algemene kosten en zijn er afspraken over de reiskostenvergoeding voor de maandelijkse vergaderingen in Straatsburg.

In juli 2018 besloot de Conferentie van Voorzitters dat het Parlement geen openheid geeft over de uitgaven van Europarlementarërs. Dit besluit kon op veel verontwaardiging rekenen. Naar aanleiding van een initiatief van journalisten uit alle EU-lidstaten, genaamd 'The MEPs Project', bepaalde het Europees Hof van Justitie in september 2018 dat de inzage in de uitgaven terecht is geweigerd, omdat documenten over de onkosten persoonlijke gegevens bevatten

1.

Huidig salaris en pensioen

In juli 2009 trad het Statuut van het Europees Parlement in werking. Op basis van dit statuut wordt de bezoldiging (het salaris) van Europarlementariërs vastgesteld.

Volgens dit statuut bedraagt het bruto maandsalaris van de leden van het Europees Parlement €8,757,70 (per 1 juli 2018). Dit bedrag is 38,5 procent van het basissalaris van een rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Met aftrek van de Gemeenschapsbelasting en een bijdrage voor de ongevallenverzekering houden Europarlementariërs € 6.824,85 over (afgezien van nationale belasting).

Voor de belastingheffing op het salaris bestaat een speciale regeling: Europarlementariërs betalen tussen de 20 en 30 procent belasting aan de Europese Unie. Daarnaast kunnen de lidstaten zelf nog belasting heffen.

Europarlementariërs hebben vanaf 63-jarige leeftijd recht op ouderdomspensioen. Het bedrag hiervoor is 3,5% van het salaris voor elk jaar dat ze lid zijn geweest van het Europees Parlement, met een maximum van 70% van het salaris.

2.

Overige vergoedingen

Verder hebben Europarlementariërs recht op onbelaste onkostenvergoedingen. Deze onkostenvergoedingen worden direct betaald uit de EU-begroting. Bij deze vergoedingen gaat het deels om vaste bedragen onafhankelijk van de werkelijk gemaakte kosten (zogenaamde forfaitaire vergoedingen), en deels om vergoedingen voor daadwerkelijk gemaakte kosten.

De maandelijkse vergoeding voor algemene uitgaven is vastgesteld op het vaste bedrag van € 4.513. Hieruit worden leden van het Europees Parlement geacht uitgaven in hun lidstaat van herkomst te betalen, zoals kosten voor onder andere kantoorruimte en kantoorartikelen.

Voor reiskosten van en naar vergaderingen van het Europees Parlement in Brussel en Straatsburg worden de daadwerkelijke kosten vergoed, plus vaste vergoedingen per gereisde kilometer. De Europarlementariërs krijgen de kosten uitbetaald die zij gemaakt hebben voor een business class vliegticket, een eerste klas treinticket of € 0,53 per met de auto afgelegde kilometer (met een maximum van 1000 kilometer). Reizen voor andere doelen dan officiële vergaderingen van het Europees Parlement worden ook vergoed, voor zover deze reizen uit hun functie als Europarlementariër voortkomen. Na overlegging van de vereiste bewijsstukken worden reis, accommodatie en bijkomende kosten vergoed tot een maximum van € 4.454 per jaar. Ook krijgen Europarlementariërs tweederde van hun medische kosten vergoed.

Hiernaast ontvangen de leden van het Europees Parlement een verblijfsvergoeding van € 320,00 voor elke dag van aanwezigheid op officiële vergaderingen. Een parlementslid kan deze vergoeding alleen krijgen als de presentielijst getekend is. De vergoeding is bedoeld voor hotelkosten, maaltijden en overige kosten. Als blijkt dat een Europarlementariër bij minder dan de helft van de plenaire stemmingen aanwezig is, wordt de verblijfsvergoeding gehalveerd naar € 160,00.

Er is veel kritiek geweest op het feit dat het Europees Parlement geen openheid van zaken geeft over welke uitgaven Europarlementariërs doen met de vergoedingen waar ze recht op hebben. In juli 2018 besloot de Conferentie van Voorzitters dat het parlement de besteding van de onkostenvergoedingen niet openbaar gaat maken. De meeste Nederlandse Europarlementariërs doen dit vanuit eigen beweging overigens wel. Een initiatief van journalisten uit alle Europese lidstaten, genaamd 'The MEP's Project', heeft de kwestie voor het Europees Hof van Justitie gebracht.

Het Hof oordeelde in september 2018 dat het Europees Parlement inzage in de reiskosten en andere onkostenvergoedingen mag weigeren, omdat documenten daarover persoonlijke gegevens bevatten. De indieners van het verzoek om openbaarmaking hebben volgens het Hof niet voldoende duidelijk kunnen maken waarom het vrijgeven van deze privacygevoelige informatie noodzakelijk is.

3.

Meer informatie